Image

Toenemende droogte en watertekorten: we moeten keuzes maken, maar hoe dan?

Op 12 juli plaatste de NOS het artikel "Nederland stevent af op watertekort: 'We moeten keuzes gaan maken'", naar aanleiding van een aanhoudende droogte die uitzonderlijk was voor de tijd van het jaar. Voorzitter Harold van Waveren van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) wees erop dat de rivierstanden en het neerslagtekort een niveau bereikten dat normaal maar eens in de twintig jaar voorkomt, met het droge jaar 1976 als referentiepunt.

Sinds 1 juli bevond Nederland zich al in een situatie van dreigend watertekort: de LCW had toen opgeschaald naar niveau 1. Op dit niveau vragen waterbeheerders om extra alertheid en gereedheid. Vier dagen na het NOS-artikel, op 16 juli, maakte de rijksoverheid bekend dat Nederland (op advies van de LCW) opschaalt naar niveau 2: een feitelijk watertekort. Aanleiding waren de historisch lage rivierafvoeren in combinatie met een hoge watervraag door de warme zomer. Na niveau 2 volgt nog niveau 3, waarbij sprake is van een landelijke crisis en het ministerie van Justitie en Veiligheid de regie overneemt van de LCW.

Wat doet de overheid in het licht van deze situatie?

Bij een feitelijk watertekort is een goede verdeling van het beschikbare zoetwater over de regio's extra belangrijk. Rijkswaterstaat, waterschappen, drinkwaterbedrijven, provincies en de betrokken ministeries stemmen daarom samen af welke maatregelen per regio nodig zijn. Denk aan een aangepaste inzet van de stuwen op de Rijntakken, het klaarzetten van extra noodpompen en het minder vaak schutten van sluizen om verzilting tegen te gaan, met als gevolg langere wachttijden voor de scheepvaart. In sommige regio's gelden inmiddels ook beperkingen op het onttrekken van water uit de bodem, beken en sloten, waardoor niet overal meer gesproeid mag worden. Ook wordt de stuw bij Hagestein mogelijk ingezet om via de Lek extra zoet water naar West-Nederland te laten stromen en zo zoutindringing te beperken.

Doel van al deze maatregelen is voldoende zoetwater te garanderen voor drinkwater, landbouw en natuur. De drinkwatervoorziening zelf staat niet ter discussie: er is en blijft voldoende drinkwater beschikbaar. Wie de actuele situatie en de per regio geldende maatregelen wil volgen, kan terecht op de Droogtemonitor van het Watermanagementcentrum Nederland (Rijkswaterstaat) en op de websites van de eigen waterschappen en het drinkwaterbedrijf.

Wat wordt er van ons verwacht? Nu en in de toekomst?

Het algemene advies blijft: ga bewust om met je watergebruik, ook als de kraan gewoon blijft lopen. Periodes van droogte zoals deze zullen door het veranderende klimaat naar verwachting vaker voorkomen en dat maakt de vraag urgent hoe we dagelijks bewuster met water kunnen omgaan. Vanuit de landelijke drinkwaterbesparingscampagne "Word geen Douchebag" geldt een heldere norm: fris in vijf minuten douchen, als bijdrage aan het nationale streven naar 100 liter drinkwater per persoon per dag. Andere kleine aanpassingen die samen verschil maken: een teiltje gebruiken bij de afwas, kookwater hergebruiken of juist meer groen aanleggen in de (voor)tuin in plaats van verharding.

Los van deze zomer laat de aanhoudende droogte iets structureels zien: door bevolkingsgroei, economische ontwikkeling en verontreiniging van bronnen staat de beschikbaarheid van zoetwater sowieso al onder druk, en het veranderende klimaat maakt periodes van droogte langer en intensiever. Nederland zal daarom niet alleen fysiek anders met water moeten omgaan, meer zoetwater vasthouden in plaats van laten wegstromen, maar ook gedragsmatig: bewustere keuzes maken in alledaags watergebruik.

En daarmee komen we bij de kern: het veranderende klimaat vraagt steeds urgenter om aanpassing. Klimaatadaptatie is niet alleen een kwestie van fysieke maatregelen aan dijken, stuwen en rioleringen, het is minstens zo zeer een vraagstuk van duurzame basisvaardigheden. Weten we, als het erop aankomt, de juiste keuzes te maken in ons dagelijks handelen, zodat we daar later profijt van hebben? En zo ja: hoe leren we dat?

Die vraag begint op school. Jongeren van nu zijn degenen die de gevolgen van een veranderend klimaat het langst zullen merken en zij zijn tegelijk de waterprofessionals, beleidsmakers en burgers van de toekomst. Een goed onderbouwd, doorlopend aanbod van watereducatie (van primair tot en met hoger onderwijs) helpt hen niet alleen te begrijpen waarom een zomer als deze uitzonderlijk is, maar ook wat ze zelf, nu en later, kunnen bijdragen aan een waterbewuste samenleving. In Nederland zetten talloze organisaties zich hiervoor in, verenigd op Watereducatie.nl: hét portaal waar lesmateriaal, projecten, gastlessen en excursies over water samenkomen voor leerkrachten en docenten.


Bronnen: NOS (12 en 16 juli 2026), Rijksoverheid.nl (16 juli 2026), Droogtemonitor Rijkswaterstaat, Levenmetwater.nl, Watereducatie.nl.